Knippen en scheren of kwaliteit van zorg?
Hoe ontwikkelt zich de zorg in Nederland?
De instellingen worden meer en meer fabrieken met een topzware overhead. De risico’s worden steeds meer afgedekt. De zorgverzekering is geprivatiseerd. De regelgeving neemt steeds verder toe. In naam wordt de zorg meer vraaggericht georganiseerd, bezien vanuit vanuit het cliëntenperspectief. In werkelijkheid differentieert slechts de aanbodgerichte zorg, door steeds meer subdoelgroepen te definiëren onder de potentiële cliënten. De zorg moet efficiënter, effectiever, sneller en goedkoper. Wetenschappelijke benadering gaat hand in hand met rationalisering en commercialisering. Maar binnen de zorg is behalve het verstand ook ruimte nodig voor het gevoel. Hulpverlenen moet met hoofd, hart en handen gebeuren. De wetgever garandeert inspraak en medezeggenschap door cliënten, maar hun positie is onveranderlijk zwak gebleven. De handen van de professionals in de zorg zijn eerder aan de computer dan aan het bed te vinden. Of anders wel aan de vergadertafel of …. in het haar. Protocollen en methodieken zijn bruikbaar, maar moeten niet verstikkend gaan werken. Inkorten van behandelperioden lijkt vaak kostenbesparend, maar is dat lang niet altijd. Een goede afronding met overeenstemming met de cliënt is erg belangrijk. Soms lijkt een langer durende begeleiding wel duur, maar daarmee wordt vaak op andere gebieden kosten bespaard of zelfs verdiend. Dat geldt vooral voor de activerende ambulante begeleiding. Ik pleit voor een visie op de zorg die werkelijk uitgaat van de cliënt. Ik pleit ook voor meer vrijheid van de professional om de hulp af te stemmen op de individuele cliënt, ingebed in diens omringende netwerk.

